Bikepacking, Evenementen

Bas Vlaskamp wint de Race Around The Netherlands 2021

9 mei , 2021  

Vorig weekend was de start van The Race Around The Netherlands, een self-supported race van 1900 kilometer over de grens van Nederland, Ik heb hier zelf ook aan deelgenomen maar ben na 700 kilometer afgestapt. De benen wilden nog wel maar de tegenwind was tussen mijn oren gaan zitten. Volgende keer beter!

De winnaar van dit jaar is Bas Vlaskamp geworden. Ongelooflijke prestatie waarbij hij op een naar singlespeed omgebouwde Giant Propel heeft gereden. Lees hier zijn verslag:

Vorige week zaterdag stond ik aan de start van weer een nieuwe Race Around The Netherlands. 1900km langs de grens. Zat al een paar jaar met die 3 dagen grens in mn hoofd en was er nog niet van gekomen. Ook was het een mooie kans om de 1-1 met Daan Marsmans uit te vechten, maar hij is uiteindelijk niet gestart.
Ik had goed getraind en goed voorbereid. Het scheelt dat ik al 2x gereden had en daardoor al wist wat me te wachten stond. Al jaren had ik het idee om een keer singlespeed op de racefiets te gaan rijden. Nadat 5 weken geleden mn hydraulische schakeling wat olie lekte en ik niet meer kon schakelen was de keuze nu definitief. De 5 weken training met 54-16 waren goed bevallen. De dag voor de start had ik hem naar 50-17 gebouwd (een iets lichtere versnelling).
Ook had ik een iets grotere zadeltas voor wat meer reservebanden en kleding. De weersvoorspellingen waren niet heel gunstig. Vanaf maandagavond regen en dinsdag veel wind. Als ik dinsdag een beetje op tijd zou kunnen finishen zou ik daar niet al te veel last van hebben, dan ben ik (als het goed is) al wel ruim de kustprovincies voorbij. Ook zou de wind van zondag op maandag gaan draaien van NW naar ZW. Mijn plan was om in 1x door te rijden naar Scheveningen op zondagnacht. Dan zou ik niet het hele stuk langs de kust tegen de wind in moeten.
Door de social distancing maatregelen waren de starts verdeeld over vrijdagochtend en zaterdagochtend. Ik zou zaterdagochtend om 9.30 als laatste van start gaan. Aangekomen in Amerongen kom ik er achter dat ik mn voorwiel ben vergeten. Ik kan het bijna niet geloven. Ik heb mn voorwiel uit de fiets gehaald om de fiets in de auto te leggen. De rest lag al klaar bij de auto. Blijkbaar heb ik alles ingepakt, maar het wiel in de schuur laten staan. Gelukkig mag ik van de organisatie om 11:00 vertrekken en kunnen een oom en tante het wiel snel brengen.
De start is een beetje gek. De organisatoren zijn al weg om langs de route foto’s te maken. Maar ik mag om 11 uur vertrekken vanaf de parkeerplaats en via de GPS wordt dat gecontroleerd. Zo vertrek ik rustig en rijd de Amerongse berg op. Een beetje een anti-climax van waar ik weken naar heb toegeleefd, maar op zich is het prima.
Met de wind schuin in de rug laat ik me toch al verleiden om redelijk door te fietsen. Het idee was om rustig te beginnen en de singlespeed zou daarbij moeten helpen. Ik accepteer vrij snel dat rustig starten niet lukt, maar probeer niet te idioot te doen. Verrassend genoeg is de weg op sommige plekken ook al nat. Het zou zaterdag nog droog blijven. Misschien heb ik wel iets geluk gehad met de latere start.
Maar even later pak ik ook een paar regenbuien mee. Niet ideaal. Maar gelukkig zijn het kleine buien. Toch spoelt de wax een beetje uit mijn ketting waardoor hij steeds wat droger begint te worden.
Ook de eerste heuvels gaat best goed met de singlespeed. Maar nu zijn de benen natuurlijk nog fris. Bij andere ultra-races zie je wel vaker dat mensen met singlespeed rijden. Vaak zijn dat meer de hipster achtige figuren en/of fietskoeriers die voor de lol meedoen en de charme van de eenvoud kunnen waarderen. Dat kan ik ook wel waarderen, maar wil wel competitief blijven. Gelukkig zou dat ook moeten kunnen.
Zonder versnellingen bespaar ik een klein beetje gewicht en weerstand. Tussen de 27 en 33 per uur heb ik een goede cadans en kan ik net wat meer energie besparen. Boven de 35 en onder de 25 is het traptempo te hoog of te laag en verspil ik iets energie. De kunst wordt dus om zo constant mogelijk te rijden, iets wat ook nog energie zou moeten sparen.
De Veluwe en de Achterhoek gaan prima. Hier haal ik ook al de eerste andere deelnemers in. Zij rijden lekker op hun gemakje en genieten van de omgeving. Om binnen de tijdslimiet uit te rijden, moeten ze ongeveer 200 km per dag rijden. Ook al een serieuze prestatie, maar het geeft wat meer tijd om van de omgeving te genieten en rustig aan te doen. Ik ben vooral bezig met eten, drinken en goed tempo houden.
Door de latere start kan ik geen eten en drinken meer halen in Ommen, wat eigenlijk mijn plan was. Nu moet ik in Enschede inslaan voor het lange stuk naar Groningen. Gelukkig is het tankstation aan de route open en hebben de deelnemers die voor me zijn gestart nog niet de hele Haribo voorraad geplunderd. Zo kan ik genoeg Haribo en Aquarius inslaan en snel weer door. Met dit soort races is het een kwestie van redelijk wat drinken en heel veel suikers eten/drinken. Ik eet en drink ongeveer 2 kg koolhydraten op een dag, veelal in de vorm van drop/winegums/snickers. Ook probeer ik calorieën te drinken in de vorm van AA, Aquarius, Chocomel. Ik heb wat poederzakjes bij me met mineralen en suikers, zodat ik nog wat meer suikers kan drinken en het vocht dan ook goed vasthoud.
Het is altijd een beetje hopen dat het geen spijsverteringsproblemen oplevert, maar dat heb ik in de eerdere races nog geen last van gehad. Maar dagenlang je lichaam vol suikers gooien, zal vast ook nog wel eens misgaan. Toch is het de enige optie. Snel boodschappen doen bij een tankstation scheelt veel tijd en drop is makkelijk te eten tijdens het fietsen. Als ze iets fruit hebben neem ik dat ook wel, maar dat is er vaak niet.
Ook de Sallandse Heuvelrug gaat nog prima en terwijl het donker wordt rijd ik Drenthe binnen. S nachts rijden blijft altijd wat extra opletten. Grote voordeel is dat het rustig is op de weg. Ook hier haal ik weer wat deelnemers in. Zij fietsen iets sneller dan de mensen die ik in de Achterhoek inhaalde, dus is er soms de mogelijkheid om een klein stukje samen te fietsen. Dat is wel leuk. Bij ieder rood lichtje in de verte is de vraag of er weer iemand ingehaald kan worden. Zeker als die lampjes steeds dichterbij komen is dat leuk rijden.
Bij het binnenrijden van Groningen is het inmiddels half 4 (zondagochtend). Gelukkig is er een tankstation aan de route 24 uur open. Ik had ze van tevoren gebeld om dit te controleren. Want deze is cruciaal. Op zoek naar een nachtwinkel in de binnenstad kost weer tijd en het is cruciaal om in te slaan vlak voor het lange stuk door Noord-Groningen en Noord-Friesland waar bijna niets aan de route is behalve heel veel weiland. Buiten de stad is het ‘s nachts in Groningen erg rustig, een kleine miezerbui maakt het nog wat frisser. Het zijn zeker niet de leukste stukken van de route. Het is gewoon een kwestie van niet te veel nadenken en blijven doortrappen.
Eemshaven blijft altijd indrukwekkend. De haven, de industrie en de Google datacenters in het niemandsland vormen een groot contrast met de leegte. De wind begint hier wel aan te trekken en tegen te staan. Tot Harlingen is het behoorlijke tegenwind. Hier haal ik enkele deelnemers in waaronder Martijn Verhaeg, die 2 uur voor me is gestart. Bij afwezigheid van Daan Marsmans had ik vooral van hem veel concurrentie verwacht. Maar blijkbaar ging het niet bij hem en stapt hij niet veel later uit de race.
De rest van Friesland en Flevoland gaan redelijk steady. Ook hier is het weer veel gewoon doorfietsen op de ‘automatische piloot’. Niet te veel nadenken en gewoon blijven trappen. Het is niet heel spannend. Misschien een beetje saai, maar dat is ook wel weer rustgevend.
Bij Amsterdam moet ik veel inslaan. Het tankstation vlak voor de Schellingwouderbrug is inmiddels bekend terrein. Met rondje IJsselmeer of Markermeer ben ik daar ook al vaker gestopt en met deze race ligt hij ook perfect op de route. Ik ben hier nu zondagmiddag om 18 uur. Een uurtje later dan vorig jaar. Toen was er geluk met de draaiende windrichting en was ik 3 uur eerder gestart, maar verloor ik 4 uur met bandenproblemen. Vorig jaar moest ik in Den Helder slapen de eerste nacht. Dat is nu ook het maximaal haalbare, Scheveningen wordt te ambitieus. Deels door het iets lagere tempo, deels door de anderhalf uur later starten. Doordat ik de eerste nacht niet geslapen heb, wil ik de 2e nacht ook niet nog lang doorrijden na middernacht.
Kort na Amsterdam is er een kleine omleiding. Maakt op zich niet veel uit, maar in mijn optimistische planning vergeet ik dit soort dingen altijd in te calculeren en kost het steeds weer wat extra tijd. Ook op de klinkers in Volendam en Monnickendam moet ik wat rustig aan doen. Mijn ketting is wat droog komen te staan waardoor hij wat makkelijker heen-en-weer beweegt. Ik voel hem al een paar keer een tandje missen en dan moet ik even achteruit trappen om te voorkomen dat hij eraf valt. Niet ideaal, maak veel tijd kost het ook niet. Achteraf ben ik waarschijnlijk ook met een iets te slappe ketting vertrokken, maar echt veel last heb ik er ook niet van. Ik kan gewoon fietsen. Toch zou het wel fijn zijn als ik nog ergens smeermiddel voor de ketting kan halen.
Er staat nog wel een pittig windje en ‘op de automatische piloot’ rijd ik lekker door naar Den Helder. Het laatste stuk lijkt oneindig lang te duren, en met de vermoeidheid van ruim 30 uur non-stop fietsen schiet het ook niet echt op. Ook ligt het hotel nog een stukje van de route wat ook niet ideaal is. Uiteindelijk kom ik kwart over 12 in het hotel aan. Nadat ik de vragenlijsten voor coronasymptomen had ingevuld, kan ik eindelijk naar de hotelkamer en vervolgens de koplampen en powerbanks aan de lader leggen. Even douchen en dan slapen. Om half 6 kan ik het ontbijt pakken. Het snelste is op de fiets eten, maar wil nu toch in het hotel ontbijten. Dan kan ik ook nog even mijn telefoon, achterlampjes en Garmin extra opladen. De wekker staat 5 voor half 6.
Maandagochtend 5:25. Misschien wel het lastigste moment in de race. De wekker gaat en ik moet mn bed uit. Uit het lekkere warme bed stappen en je bezwete kleding weer aan doen, terwijl je nog behoorlijk moe bent is mentaal misschien wel het lastigste. Misschien nog wel lastiger dan tegen de harde wind in fietsen, terwijl je al vermoeid bent. Het blijft zo verleidelijk om nog heel even te blijven liggen. Toch lukt het nu redelijk goed. Het ontbijt is ook een extra motivatie. Ik neem er net iets te veel tijd voor en het is al na 7 uur dat ik het hotel verlaat. Alles is nu wel goed opgeladen en heb zelf ook al goed gegeten.
De weersvoorspelling klopte helaas. De wind is gedraaid naar Zuid West en mag het stuk naar Vlissingen er flink tegenin stoempen. Er werd windkracht 3-4 voorspeld, maar aan de kust is het windkracht 5. Op zich niet zo’n probleem, maar een snelle tijd kan ik wel definitief uit mijn hoofd zetten. De duinen blijft wel een mooi gebied om doorheen te rijden, dat helpt wel voor de moraal. Bij IJmuiden moet ik even voor een openstaande brug wachten. Na Stavoren is dit de 2e. Ook dit soort dingen calculeer ik nooit in, terwijl we wel iets van 30-40 bruggen passeren die open kunnen. Dan wordt het ook ook lastig om aan mijn eigen hoge verwachtingen te voldoen. Bij Zandvoort kan ik gelukkig even langs de fietsenwinkel om wax te halen voor mn ketting. Ook informeer in naar een regenbroek, omdat er voor dinsdag en maandagavond veel regen voorspeld was, die hebben ze helaas niet. Nadat mn ketting weer helemaal gesmeerd is, ligt hij een stuk stabieler op het achtertandwiel en durf ik ook op de hobbelstukken meer kracht te zetten. Dat is wel fijn. Maar met de tegenwind gaat het niet snel.
Terwijl ik rustig verder ploeter door de duinen, komen andere wielrenners me met hele hoge snelheid tegemoet op jacht naar een KOM of PR. De singlespeed was geoptimaliseerd voor een snelheid van tussen de 27 en 33 per uur. Maar met de harde tegenwind is de snelheid tegen vaak onder de 20 per uur. Met zulke wind is de singlespeed niet ideaal.
Van Hoek van Holland tot Rotterdam heb ik de wind mee. Even de spanning van de benen is wel fijn. Maar een hoge cadans halen is nu na bijna 3 dagen wel een stuk lastiger dan de eerste dag. Maar heel veel tijd verlies ik hier niet mee. Het eerste stuk door Zeeland gaat wel weer prima. Bij Westkapelle is het inmiddels donker en kan er mooi onder het licht van de vuurtoren door rijden.
Vanaf Westkappele draait de route richting het Oosten. Iets minder tegenwind is wel heel fijn. Maar de harde zijwind is vaak ‘best spannend’. De windvlagen willen de controle nemen over mijn fiets. De beelden van wielrenners die de berm in waaien of zelfs van hun fiets waaien met hele harde wind zijn bekend. En met mijn hoge velgen (67mm) en frametas vang ik wel een beetje zijwind. Het balanceren op de fiets met de zijwind is wel een leuke afwisseling na het stoïcijns kilometers wegtrappen, maar als de windvlagen vol in het voorwiel slaan zit ik niet echt lekker op de fiets. Ook zit de angst er al in voor de laatste brug richting Brabant.
Met de dikke handschoenen kan ik geen eten pakken tijdens het fietsen en met de harde wind durf ik ook niet tijdens het fietsen mijn handschoenen aan en uit te doen. Eigenlijk moet ik overal met 2 handen mn stuur vast houden. Om veilig te kunnen eten moet ik dus soms stoppen. Bij een korte stop in Goes laat ik mn telefoon liggen. Ik was even gaan zitten om te eten en op mn telefoon te kijken en pak de verpakkingen weer in mn tas. En vergeet de telefoon weer mee te nemen. Daar kom ik de volgende pauze een uur later achter. Wat nu? Ik gok het erop dat ik de telefoon nog wel weer terug krijg na de race. Met heen en weer fietsen verlies ik ruim 2 uur. Ondanks dat ik dan nog steeds kan winnen, is de race dan wel een beetje over voor mn gevoel. (na de race de telefoon gelukkig nog weer terug kunnen krijgen en hij doet het ook nog).
Ondanks de regenjas en 3 lagen kleding begint het wel koud te worden. De regen voelt door de harde wind nog kouder aan. In Brabant probeer ik een bushokje te vinden, maar die ontbreken langs de route. Uiteindelijk besluit ik maar even te gaan schuilen onder de afkapping van een tankstation en probeer wat te slapen. Ik lig te rillen op de tegels en meer dan 10 minuten slapen lukt niet. Ik voel mezelf redelijk hopeloos op dit punt. Eerst mn voorwiel vergeten, daarna mn telefoon laten liggen, niet echt een goed plan hebben voor het extreme weer de 3e nacht. De vlaggen lijken aan te geven dat het steeds harder gaat waaien. Wat moet ik nu? Met ultrafietsen is er eigenlijk maar 1 optie en dat is gewoon proberen en doorgaan. Mijn wielen zijn redelijk hoog, maar door de vorm van de velg zijn ze niet heel erg windgevoelig. Daar moet ik maar op vertrouwen en verder hopen dat het meevalt. Het grootste deel van Brabant heb ik gelukkig iets minder last van de wind, maar in de loop van de ochtend bij het binnenrijden van Limburg begint de wind weer aan te trekken naar stormkracht.
Het is een strijd tussen de de windvlagen en mij om de controle over mijn fiets. Een klein knikje ergens halverwege een landweggetje kan al in de kaart spelen van de windvlagen, het blijft opletten. Het gaat gelukkig goed, ondanks dat de schrik er soms goed in zit. De brug over de Maas vormt het laatste obstakel. De angst zit er goed in. Ik besluit zo ver mogelijk van de railing af te rijden en half steppend de brug over te gaan, zodat ik gelijk met een voet bij de grond kan indien nodig. Niet de snelste manier, maar hier wil ik echt geen risico nemen. Na de brug is de wind ‘gelukkig’ weer recht tegen. Met goede druk op de pedalen rijd ik nog amper 20 km/u. Zo is de vermoeidheid al redelijk hoog, voordat de klimmetjes bereikt zijn.
Deze ochtend moet ik naar de wc en de café’s zijn nog dicht. Gelukkig kan ik terecht bij een autogarage. Ook bel ik hier even naar de familie om te zeggen dat ik mn telefoon kwijt ben. Dan zijn de zorgen iets kleiner wanneer ik 2 dagen op geen enkel bericht reageer.
“Je hebt niet echt een goede dag uitgekozen om te gaan fietsen”; zegt de vriendelijke dame bij de receptie van de garage. Ik knik ja, om het kort te houden. Het heeft ook geen zin om uit te leggen waar ik mee bezig ben. Het staat iets te ver af van de belevingswereld van veel normale mensen om het kort te kunnen uitleggen.
De eerste serieuze klim in Zuid-Limburg is de Moorveldsberg en mag op het steile stuk meteen gaan lopen. Dat is wel een kleine tegenvaller. Maar het lopen gaat met 4 km/u wel iets sneller dan verwacht. De klimmetjes in Zuid-Limburg zijn wel steil, ze zijn niet lang. Dus heel veel tijd verlies ik niet. De Raarberg kan ik gelukkig wel helemaal opfietsen. De Cauberg, Keutenberg en Gulperberg zijn vervolgens wel weer lopen. Maar gelukkig zijn die ook kort. Van een dotwatcher die een stukje meeloopt en die wat foto’s maakt, hoor ik dat ik 8 uur voor zou liggen. Doordat ik geen telefoon had, had ik geen idee. Eigenlijk maakt het me niet veel uit, mijn enige zorg is om zo snel mogelijk naar de finish te komen om niet te lang de nacht door te hoeven. Hoe de rest van de deelnemers hun race rijden, heeft daar geen invloed op.
Op de Camerig en naar 3-landenpunt hoef ik gelukkig niet af te stappen en op een klein stukje van de Hulsberg na, kan ik alles fietsen. De wind komt weer vaker in de rug en nu is het in principe alleen nog ‘uitrijden naar de finish’ in Amerongen. Maar het is nu al begin van de avond. Ik bereken dat als ik de laatste 180 km in 7 uur doe dat ik dan tussen half 3 en 3 uur aankom. Met de wind als het goed is schuin mee, zou dat reëel moeten zijn. Maar niet veel later begint het te regenen en net na Sittard duik ik nog even een pizzeria in voor een paar warme chocomel. Ik blijf daar iets te lang zitten in de hoop dat het droger wordt, en het duurt een uur voordat ik weer weg ben. Ook moet ik daar nog een kleine omleiding nemen wat ook weer wat tijd kost. Nu begint het wel heel vervelend te worden. Het is donker, nat en koud. De wind is op sommige stukken mee. Maar doordat er veel takken en bladeren op de fietspaden liggen, blijft het een kwestie van heel voorzichtig rijden in het donker. Snel gaat het niet. Maar iedere minuut dat ik fiets kom ik dichterbij de finish.
Tegen 3 uur of 4 uur ga ik kort ergens in de berm slapen. Ik zit er behoorlijk doorheen. Daarna weet ik niet meer goed wat ik aan het doen ben. Ik ben een beetje warrig; ben ik de race aan het rijden, heb ik afgesproken in Nijmegen, ben ik op weg naar huis? Ik weet het niet helemaal goed meer, maar gelukkig heb ik het besef om het lijntje op mn Garmin te blijven volgen. Achteraf kan ik het ook niet meer precies herinneren, blijkbaar ben ik nog een paar keer gestopt en bij Ochten nog een stukje verkeerd gereden. Vanaf Kesteren heb ik alles weer scherp en probeer nog zo snel mogelijk naar de streep te rijden. Ik moet nog even vol in de remmen voor een auto die niet oplet, gelukkig zijn mijn reflexen nog wel goed.
Uiteindelijk kom ik na 3 dagen en een kleine 20 uur aan in Amerongen. Lang niet de toptijd van Marsmans van vorig jaar (3 dagen en 9,5 uur). Maar gezien de omstandigheden ben ik er wel heel tevreden mee. Heb onderweg weinig tijd laten liggen en veel sneller had het nu ook niet gekund. Ook mooi om weer te kunnen winnen.
Mijn fiets heeft het goed gehouden. Geen lekke banden (voor niets 5 binnenbanden meegesleurd:), geen ongelukken, wel 7x ketting eraf door iets te slappe en droge ketting. Mijn nek ging dit jaar wel prima, geen spijsverteringsproblemen. Eigenlijk was alles best prima. Dus kan er wel tevreden op terug kijken.

, , , , , , , ,

By



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.