Lifestyle, Mountainbike, Racefiets, Sportvoeding, Training & Coaching

Voedseltraining

26 jan , 2015  

In de wereld is er geen onderwerp waarover meer feiten en fabels bestaan dan voeding. Gezondheidsclaims worden te pas en te onpas op producten gelegd. Het is inmiddels een onbegaanbaar oerwoud geworden van onderzoeken en nieuwe onderzoeken die de oude onderzoeken ontkrachten.

Feit is wel dat voeding ontzettend belangrijk, zelfs onmisbaar is om prestaties te kunnen leveren in sport. Koolhydraten zijn de brandstof waarop de benen blijven draaien en eiwitten bevorderen het herstel. Ook vetten en suikers hebben een rol in het draaiend houden van de sportieve motor. Er zullen overigens vast en zeker bewezen en onbewezen theorieën zijn, die dat bevestigen of juist ontkrachten. Want wie kan mij vertellen op welk moment ik nu het beste een banaantje kan eten. Is dat voor, tijdens of na afloop van een inspanning, of misschien maar beter helemaal niet? En sportvasten? Heb ik daar wel of geen baat bij? Zoveel vragen….. En ik hoor zoveel tegenstrijdige antwoorden, dat ik inmiddels niet meer weet wat ik moet geloven.

Zelf heb ik echter wél ondervonden hoeveel winst er in een beetje regulering van je voedingspatroon zit. Maag- en darmproblemen brachten mij op het juiste spoor. In overleg met mijn huisarts besloot ik om met mijn klachten naar een sportdiëtist te gaan. Uit mijn dagboek, dat ik bijhield, kreeg ik de bevestiging dat ik in principe wel de juiste gezonde dingen at. Alleen véééél te weinig.

Mijn dagtotaal lag gemiddeld tussen de 1600 en 1800 kcal. Voor een man van mijn leeftijd veel te weinig, laat staan voor een bovenactieve sporter. Daar moesten minstens 1000 kcal bij. Volgens een schema paste ik mijn voedingspatroon aan. Tussendoortjes waren voorheen nog een ’taboe’, maar bleken achteraf noodzakelijk om van mijn maag- en darmproblemen af te komen. Het verteringsstelsel moest namelijk extra pompen doordat er dagelijks op slechts drie momenten grote hoeveelheden voedsel naar binnen kwamen.

Nog steeds heb ik ontzettend veel moeite om de 2800 kcal te halen, maar met 2400 kcal wist ik mijn gemiddelde ‘energievoorraad’ uiteindelijk wel op een goede manier aan te vullen. De eerste weken werden de gezonde extra calorieën omgezet in extra lichaamsgewicht. Niet verwonderlijk en volledig verwacht. Tot verbazing van mezelf en mijn sportdiëtist zat ik al weer snel op het streefgewicht. De extra calorieën werden omgezet in brandstof. Dat merkte ik niet alleen aan het verdwijnen van de maag- en darmklachten, maar ook op de fiets. Ik werd sterker en mijn vermogen groter.

Extra eten betekent dus niet per definitie extra kilo’s. Iemand die dieet, die eet. Dat was voor mij de belangrijkste les. Voeding blijft voor mij een lastig punt. Nog steeds houd ik vast aan mijn strikte schema met havermout, een krentenbol en magere kwark. Variatie is het sleutelwoord, dat weet ik ook wel, alleen wat is goed en wat is fout? Ik houd me daarom veel vast aan het schema dat de sportdiëtist, nota bene een professional, ooit als voorbeeld voor mij had gemaakt. Met de gedachte ‘Dan doe ik het in ieder geval niet verkeerd’. Een dieselauto kun je immers ook niet met benzine voltanken.

Bovendien blijf ik het nog steeds lastig vinden om te eten op de fiets. Vooral tijdens wedstrijden, maar ook tijdens intensieve trainingen laat ik te veel kansen liggen om brandstof te tanken. Terwijl ik donders goed weet dat op dat gebied er nog ontzettend veel winst te behalen is. Daar probeer ik dit seizoen extra op in te zetten, want verstandig eten kun je trainen.

Martin de Vries
Journalist en fanatiek wielrenner met een amateurlicentie
Volg mij ook via Twitter of Instagram

, , ,

By



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.